Zondag 4 oktober. In de vroege ochtend maak ik me, samen met mijn broer en vriendin klaar om naar Antwerpen te trekken. Op het programma: de langverwachte doop.
Geen bier, klakken, linten of vettigheden bij deze doop echter. Neen, we trekken naar een christelijke doop die absoluut niets met het studentenleven te maken heeft. Op het programma staat immers de doop van twee neven en een nichtje, die voor het eerst officieel in aanraking zullen komen met het christelijke geloof. Dit was althans wat ik voor die zondag dacht.
Wanneer de (Protestante) dienst al een heel eind gevorderd is, breekt het moment van de doop zelf aan. De predikant (in de Protestante kerk spreekt men immers niet van pastoors of priesters) vraagt aan de ouders, peetouders en het volk in de kerk of ze ervoor willen zorgen dat de drie prachtige kinderen goed begeleid zullen worden in het leven, op welke manier dan ook. Meteen maakt hij ook duidelijk dat de doop niet zomaar een rechtstreeks ticket naar het (christelijke) geloof is. Het is niet omdat je wat water over je hoofd gegoten krijgt, dat 'het vagevuur' en 'de hel' uit de lijst van mogelijke reisbestemmingen geschrapt mag worden. Met andere woorden: dopen maakt je niet christelijk, terwijl christelijk zijn evenmin impliceert dat je gedoopt bent. De doop dient enkel als poort tot het geloof, eender welk geloof. Een keuze die ieder voor zich moet maken en die aan niemand opgedwongen kan of mag worden.
Excuse me if I'm wrong, maar ik kreeg bij deze preek toch een heel ander gevoel dan het stramien van de doop dat men doorgaans in de Katholieke kerk tegenkomt. Bij deze laatste lijkt de doop maar al te vaak een soort eerste aanwijzing van het geloof, hoe jong of hoe oud de gedoopte ook is. Alsof een kind enkele maanden daar al over beslissen kan. Geef mij dus maar de Protestante doop, waarbij de keuze nog vrij en open blijft...
Want daar draait het volgens mij toch allemaal om: vrij zijn om zelf te kiezen, om zelf te geloven in wat je wil geloven. Zij het nu God, Allah, Boeddha of een hele resem aan andere goden. Geloof start immers niet vanuit een godheid, maar vanuit jezelf.
Best van al: geloof in mekaar en in jezelf. Wat deze dag immers de moeite waard maakte om over te schrijven was immers niet de kerkdienst, het water of de doopkaarsen. Wat deze dag de moeite waard maakte, was het samenzijn, het lachen, het trots zijn, de tijd nemen om te praten en om een klein cadeautje open te doen. Wat deze dag nog meer de moeite waard maakte, was een glunderende broer die zich, oprecht en terecht, gelukkig voelde met zijn eerste petekind
Geen opmerkingen:
Een reactie posten